SPRING (FOUR SEASONS) VAN VIVALDI
'II. LARGO E PIANISSIMO SEMPRE'
Le quattro stagioni, Op. 8: Concerto No. 1 in E major, RV 269 ("La primavera")

Ik ben Vivaldi, en in dit stuk vertel ik je over het tweede deel van mijn Lente, het Largo e pianissimo sempre. Na de uitbundige vogels en de onweersbui uit het eerste deel wordt het hier plotseling stil, en juist in die stilte valt er veel te horen. Ben je benieuwd naar de uitleg bij het Largo e pianissimo sempre? Ik ben er om je door alle details van dit deel te leiden, zodat je rustig kunt ontdekken wat er onder de zachte oppervlakte gebeurt. Als ik je alles over het Largo e pianissimo sempre heb verteld, geef ik je een paar mogelijkheden om de Lente nog verder te verkennen.
---
Luisteren zonder iemand wakker te maken
Dit deel is de rustplek tussen twee levendige delen, dus ga er maar gemakkelijk voor zitten. Luister eerst naar de solo viool, die een lange, kalme melodie zingt, ongeveer zoals iemand in zijn slaap een liedje neuriet. Daaronder ruisen de strijkers van het orkest zachtjes door, en het continuo vormt de rustige bodem waarop alles ligt. Let daarna op het ruwe, steeds terugkerende geblaf dat de stilte doorbreekt, want dat is de derde stem die je kunt volgen.Waarom het zo zacht moest
De titel is eigenlijk een gebruiksaanwijzing: largo betekent breed en langzaam, en pianissimo sempre wil zeggen dat het de hele tijd heel zacht blijft. Dat past bij het sonnet dat bij dit deel hoort, waarin een geitenhoeder op een bloemenweide slaapt terwijl de takken boven hem ruisen. Een slapende man maak je niet wakker met een fanfare, dus laat ik het orkest van begin tot eind op fluistersterkte spelen. Bovendien staat dit deel in cis-mineur, terwijl de delen eromheen in E-majeur staan, en die donkerder kleur geeft de slaap iets diepers.Een dutje in lagen
Over de vorm van dit deel hoefde ik niet lang na te denken, want ik koos voor één lange, ononderbroken stroom. Het is een soort lasagne van geluid: je hoort alle lagen tegelijk, en toch kun je ze één voor één herkennen. Die drie lagen zijn het geruis van de strijkers, de zingende solist en de blaffende hond, en ik loop ze hieronder na elkaar langs. Tempo en toonsoort blijven onderweg gewoon staan, dus de spanning zit niet in een omslag, maar in de manier waarop de lagen op elkaar reageren.Sectie 1: Het geruis dat niemand stoort
De onderste laag is het zachte, golvende spel van de strijkers, dat de bladeren boven het hoofd van de herder moet voorstellen. Het tempo is hier langzaam en rustig, en omdat alles zo zacht blijft, hoor je bijna ieder buigend streekje van de strijkstok. De cis-mineur geeft dit geruis een zachte, wat schemerige kleur, alsof de zon net achter een wolk is verdwenen. Als je alleen maar naar deze laag luistert, heb je het gevoel dat de tijd een beetje stilstaat, en dat is precies de bedoeling.Sectie 2: De solist droomt hardop
Boven het geruis zweeft de solo viool met een lange, zangerige melodie, die klinkt als de gedachten van de slapende herder. Het tempo blijft even rustig, maar in de melodie zit een zachte weemoed, die je vooral in de zinnen hoort die langzaam omhoog en dan weer omlaag buigen. Het continuo houdt ondertussen de bodem stevig vast, zodat de solist nooit hoeft te vrezen dat hij van de weide zal drijven. Voor mij is dit het hart van het deel, want hier wordt de slaap een droom.Sectie 3: Wie blaft daar?
In de partituur heb ik bij deze laag zelf geschreven dat het om de blaffende hond gaat. Het klinkt ruw en wat houterig, steeds dezelfde korte beweging, en dat is voor een violist een aardig contrast met de gladde zangpartij erboven. Een blaffende hond zou de herder in werkelijkheid wekken, maar ik had geen ander middel om het dier in muziek weer te geven, dus ik liet hem blaffen en hield hem toch pianissimo. Zo blijft de stemming van het deel intact, en ook de slaper blijft liggen, want de hond blaft kennelijk voor hem en niet tegen hem.Nu mag jij het dutje doen
Nu nodig ik je uit om dit deel zelf te beleven: druk op play en laat de muziek over je heen komen. Misschien denk je tijdens het luisteren terug aan wat we hebben besproken, aan het geruis, de zingende solist en de hond die zich niet laat kennen. Zet het geluid niet te hard, want dit deel vraagt dat je naar de muziek toe luistert, in plaats van dat zij naar jou komt. Ik hoop dat je de reis door mijn Largo e pianissimo sempre net zo mooi vindt als ik het vond om hem te schrijven.---
Zo komen we aan het einde van deze luistergids bij het Largo e pianissimo sempre. Heb je met plezier meegeluisterd en genoten van de luistergids over II. Largo e pianissimo sempre uit Spring (Four Seasons)? Ik vind het nog steeds bijzonder dat juist het zachtste deel van het hele werk zoveel beelden oproept: een slapende geitenhoeder, ritselende takken boven zijn hoofd en een hond die naast hem waakt. Na al het vogelgezang en de donder uit het eerste deel laat deze rust je ervaren hoeveel een stil moment kan vertellen. Als je dit deel nog eens beluistert, hoor je misschien weer iets wat je de eerste keer is ontgaan. Er valt in Spring (Four Seasons) nog veel meer te ontdekken, van de sonnetten die bij de muziek horen tot het Allegro pastorale, waar nimfen en herders dansen op de klank van een doedelzak. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen over Spring (Four Seasons). Neem er de tijd voor, en laat de lente maar rustig binnenkomen.
