SPRING (FOUR SEASONS) VAN VIVALDI
'III. ALLEGRO PASTORALE'

Le quattro stagioni, Op. 8: Concerto No. 1 in E major, RV 269 ("La primavera")

Vivaldi presenteert een luistergids bij III. Allegro pastorale uit zijn Spring (Four Seasons)
Ik ben Vivaldi, en ik vertel je graag over het derde deel van mijn Lente, het Allegro pastorale. Soms hoor je pas wat een muziekstuk je te zeggen heeft als je er even rustig bij stilstaat. Ben je benieuwd naar wat ik over dit deel te vertellen heb? Ik ben er om je stap voor stap door de details van dit Allegro pastorale te leiden, zodat je het straks met nieuwe oren hoort. Als ik je alles over dit deel heb laten horen, wijs ik je een paar wegen om de Lente nog verder te ontdekken.
---

Eerst naar de vloer luisteren, dan pas naar de dansers

Luister bij dit deel eerst naar de laagste stemmen, want daar begint het feest. De altviolen, de celli en de bassen houden lange noten aan die een doedelzak nabootsen, en dat gonzende fundament ligt als een dansvloer onder alles wat volgt. Daarboven spelen de hogere strijkers en de solo viool de melodie, terwijl het continuo het ritme stevig onder de voeten houdt. Als je die drie lagen uit elkaar kunt halen, namelijk de zoemende bodem, de dansende melodie en de solist die er licht doorheen springt, heb je het hele deel al in je oren.

Ook herders hebben recht op een dansje

De titel Allegro pastorale bevat twee aanwijzingen in één: allegro vraagt om een levendig tempo, pastorale om de sfeer van het herdersleven. Bij dit deel hoort een sonnet over nimfen en herders die dansen op de klank van een landelijke doedelzak, onder een stralende lentehemel. Met het woord pastorale kondig ik dus een herdersdans aan, en geen plechtig stuk voor in de kerk. Wie de titel kent, weet daarom al wat hij mag verwachten: open lucht, lichte voeten en een doedelzak die op de achtergrond blijft doorzoemen.

Een vorm met een vaste dansroute

Een vorm kiezen voor dit deel was een avontuur, want ik wilde dat het klonk als een dans die telkens opnieuw begint. Het is een concertdeel waarin het orkest en de solist elkaar afwisselen rond een thema dat steeds terugkeert. Ik knip het voor jou op in vier stukjes: de opening met de doedelzak, de eerste solo, de terugkeer van de dans en het slot. Die loop ik zo meteen een voor een met je langs, dus blijf maar rustig zitten.

Sectie 1: De doedelzak haalt diep adem

Het deel begint in E-majeur en in een levendig allegro dat meteen laat horen dat er iets te vieren valt. Onder de melodie klinkt het lange, aangehouden gezoem van de altviolen, celli en bassen, en dat is mijn manier om een doedelzak na te maken. Daarbovenop zet het orkest het dansthema neer, een melodie die je na één keer horen al kunt meefluiten. De stemming is vrolijk en open, alsof het hele dorp al op het plein staat te wachten tot de eerste danser zijn plek inneemt.

Sectie 2: De solist doet een stapje naar voren

Na de opening treedt de solo viool naar voren en neemt de melodie over, terwijl het orkest zachter wordt en de ruimte laat. Het tempo blijft levendig, maar de sfeer wordt persoonlijker, want nu hoor je één speler die met het thema speelt in plaats van een hele groep. De solist laat de noten rennen, springen en weer neerdalen, en je merkt dat hij de dans met zijn eigen versieringen opfleurt. Ondertussen blijft ergens diep onder dit alles de doedelzak zachtjes doorzoemen, zodat je nooit vergeet waar we zijn.

Sectie 3: Het hele dorp danst weer mee

Dan keert het orkest terug met het thema dat we al kenden, en het voelt alsof een vriend die even weg was weer de kamer binnenkomt. De klank wordt vol en uitgelaten, want nu spelen alle strijkers weer samen en het ritme trekt ons mee. Het tempo verandert niet, maar door het volle orkest lijkt de dans toch sneller en breder te worden. Als je goed luistert, hoor je dat de herders en nimfen uit het sonnet hier het uitbundigst dansen.

Sectie 4: Nog één rondje voor het donker wordt

In het laatste stuk komen het thema en de solist nog een keer terug, en het voelt alsof de dansers voor de laatste keer hun rondje lopen. De doedelzak gonst nog even door en de vrolijke stemming blijft precies zoals ze was, zonder een schaduw die ertussen komt. Ik sluit het deel af in dezelfde heldere E-majeur waarmee ik begon, zodat de cirkel mooi rond is. Het is geen sombere afsluiting maar een tevreden, zonnig slot, de lente die nog even blijft hangen terwijl iedereen buiten lacht.

Nu is het jouw beurt

Nu mag je het zelf gaan beleven, dus zet het deel op en druk op afspelen. Laat de muziek maar rustig over je heen komen en volg niet alles tegelijk, maar pak er telkens één ding uit. Denk onderweg aan wat we besproken hebben: de zoemende doedelzak onderin, de solist die naar voren stapt en het thema dat steeds terugkeert. Ik hoop dat je net zoveel plezier hebt bij het luisteren als ik had bij het schrijven van mijn Allegro pastorale.
---
Als de laatste dans is gedanst en de doedelzak zwijgt, blijft er meestal nog een tijdje een melodie in je hoofd hangen. Vond je het leuk om met deze luistergids meer te leren over III. Allegro pastorale uit Spring (Four Seasons)? Ik hoop dat je de dansende herders en de gonzende bodem eronder nu met nieuwe oren hoort. Er valt in Spring (Four Seasons) nog veel meer te ontdekken, bijvoorbeeld de sonnetten die bij de concerten horen en waarvan niemand zeker weet wie ze schreef. Ook de opnames zijn een wereld op zich, want sinds 1939 zijn er ongeveer duizend van gemaakt, en elke uitvoering vertelt het lentefeest een beetje anders. Klik daarom gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen over Spring (Four Seasons). Wie weet hoor je de lente daarna ook buiten weer een beetje anders.