Vingerbreker dropt zieke duivelspactjuice over Caprice No 24 van Paganini
De backstory
Caprice No. 24 in A minor, Op. 1, No. 24, MS 25

Ayo strijder, Paganini in de building, en ik ga je nu die hele leipe voorgeschiedenis achter mijn Caprice No 24 droppen, wollah! Je gaat checken waarom andere violisten in 1820 compleet blokkeerden op dit solostuk en zelfs dachten dat ik een deal met de duivel had gefikst, gruwelijk verhaal, kill! O ja mattie, wil je onze tunes direct herkennen als je ze ergens hoort pompen, check dan onze Trainer die ik samen met mijn collega-componisten hier op de site heb klaarstaan, fissa!
---
Fikkie stoken in Italië, drerrie!
Ewa sahbi, tussen 1802 en 1817 ik gewoon daar in Italië aan het koken op mijn solo viool, vierentwintig tracks achter elkaar gebouwd in drie groepjes van zeven, vijf en twaalf stuks, kaolo leip! Die laatste klapper van die set, Caprice No 24 in A-mineur uit mijn Op. 1, staat nu dik in de boeken als MS 25 bij Maria Rosa Moretti en Anna Sorrento, geen kattenpis, neef! Wanneer ik die allerlaatste nou precies afgetikt heb in die jaren weet helemaal niemand meer zeker, gap, want ik was veel te druk met snaren slopen in plaats van datums krabbelen op papier, toch? Geen orkest erbij, nul begeleiding, gewoon ik in mijn eentje met dat houtje onder mijn kin de hele boel kort en klein zagen, wollah!Chillen bij de zus van Napoleon, mattie!
Tussen 1805 en 1809 zat ik dus lekker gebakken in Lucca, ouwe, beetje hofviolist en muziekbaas uithangen bij Felice Baciocchi en Elisa Bonaparte, ja man, gewoon de zus van Napoleon zelf, tantoe dik! Maar denk maar niet dat ik voor een of andere rijke tata op bestelling aan het schrijven was, vriend, ik fikste deze hele lijst puur als technische training en concert-caprice uit mijn eigen koker, swa! Toen ik de boel dropte stond er dan ook met grote letters Alli Artisti voorop, wat gewoon betekent voor de echte artiesten, dus niet voor bange poepers die hun vingers niet durven te breken, jwz! Later tussen 1832 en 1840 pakte ik mijn eigen bladmuziek erbij om boven elke track een losse naam te kalken, en bij nummertje vierentwintig zette ik mooi mijn eigen naam met Nicolò Paganini, sepolto pur troppo, oftewel helaas begraven, droge humor op tien, broer!Uitgebracht in Milaan en gelijk paniek, jonguh!
In 1820 bracht mijn boy Giovanni Ricordi daar in Milaan die hele Op. 1 eindelijk naar buiten, dus al die broodje-aapverhalen dat ik deze bundel net als mijn vioolconcerten geheim hield voor de straat zijn klinkklare onzin, kil! Zodra die blaadjes op straat lagen begonnen al die andere violisten gelijk te janken dat het onspeelbaar was voor publiek, allemaal kramp in hun klauwen bij het kijken alleen al, echt hayek! Wanneer en waar iemand Caprice No 24 voor het allereerst helemaal live op een podium heeft geknald weet ook geen hond, gappie, want ik had die dingen vooral als dikke studies geschreven en speelde ze zelf bijna nooit buiten in de zaal! Terwijl die angsthazen zaten te zweten, doken echte bazen als Franz Liszt en Robert Schumann er bovenop alsof het goud was, want zij zagen meteen dat ik een compleet nieuwe revolutie had gedropt, baas!De duivel op je nek, strijder!
Mensen op de blok keken naar mijn magere kop, zagen mijn zieke show en die vingervlugge skills op het podium, en riepen meteen dat ik mijn ziel aan de duivel had verpatst voor deze caprices, wat een fabeltjeskrant, drerrie! Geen enkele deal met het vagevuur gesloten natuurlijk, alles gewoon zelf uit mijn mouw geschud, maar die bijnaam The Devil's Violinist plakte wel gruwelijk lekker aan mijn jasje, sahbi! Ze noemden mijn Caprice No 24 trouwens overal gewoon het Thema of Tema con variazioni van mijn Op. 1, geen fancy bijnaam nodig als de beat zelf al zo spang is dat iedereen gelijk weet hoe laat het is, neef! Ook geloven allerlei gasten dat mijn 24 Caprices netjes alle vierentwintig majeur- en mineurtoonsoorten aflopen zoals het Well-Tempered Clavier van Bach of de Preludes van Chopin, maar dat is dikke cap, want ik herhaal gewoon toonsoorten en alleen al A-mineur zit er drie keer in, ouwe!Van mineur naar majeur knallen, gap!
Ik trap dat ding dus af in A-mineur met een strakke tweekwartsmaat en bovenin staat Tema, Quasi presto, dus je moet vanaf seconde één gas geven alsof de wouten achter je aan zitten, mattie! Na dat openingsthema beuk ik er elf variaties achteraan waarin ik elke mogelijke truc uit die viool pers, om daarna in één ruk door te stomen naar een doorlopende finale die ineens omslaat naar A-majeur, kaolo lekker! Geen pauze om even adem te halen of je zweet af te vegen, vriend, die hele structuur van thema en variaties dendert gewoon over je heen als een op hol geslagen koets, fissa! Je begint dus lekker donker en scherp in mineur, maar tegen het einde gooi ik het raam wagenwijd open met die zonnige majeur zodat iedereen met een grote grijns de tent uit stapt, wollah!Vingers in de spagaat, swa!
In die elf variaties vraag ik dingen van een violist waar je normaal gesproken een dubbele verzekering voor moet afsluiten, broer, zoals razendsnelle toonladders en arpeggio's die alle kanten op spatten! Ben je daar net van bijgekomen, krijg je gebroken octaven en parallelle octaven en decimen om je oren, waardoor je linkerhand zulke grote sprongen moet maken dat je vingers bijna uit de kom vliegen, tantoe lijp! Alsof dat nog niet genoeg sloopwerk is, druk ik er ook nog dubbelgrepen en tripelgrepen doorheen, dus twee of drie snaren tegelijk aanstrijken zodat het klinkt alsof ik met een hele gang op dat podium sta, kil! En dan vlieg ik ook nog eens helemaal hoog de hals op terwijl ik linkerhand-pizzicato afwissel met gestreken noten, dus plukken en strijken tegelijk met dezelfde klauw, wie doet mij wat, jonguh!Hulptroepen met een piano, neef!
Omdat het gewone volk in de negentiende eeuw soms helemaal duizelig werd van alleen zo'n losse solo viool, dacht mijn collega Robert Schumann op een dag, weet je wat, ik bouw er gewoon een pianobegeleiding onder, sahbi! Zo konden de luisteraars thuis tenminste een beetje volgen wat ik allemaal aan het uitspoken was op die vier snaren, zonder dat ze gelijk van hun stoel vielen van de schrik, drerrie! Daarna kwam Ferdinand David ook nog om de hoek kijken met een grote bewerkte uitgave van mijn hele collectie, zodat andere muzikanten eindelijk eens konden puzzelen hoe mijn vingerzettingen nou precies werkten, ouwe! Super lief van die boys natuurlijk, gap, maar mijn origineel blijft gewoon die naakte viool helemaal alleen in de ring, rauw en onversneden, geen grap!Liszt en Brahms gaan ermee vandoor, baas!
Dat simpele deuntje van mijn Caprice No 24 bleek dus zo'n zieke oorwurm dat het uitgroeide tot een van de meest bewerkte melodieën uit de hele muziekgeschiedenis, iedereen wilde meeliften op mijn hype, mattie! Neem nou Franz Liszt, die gast pakte mijn thema en bouwde er de keiharde nummer zes van zijn Grandes études de Paganini, S. 141 omheen voor op de piano, puur sloopwerk voor tien vingers, strijder! En Johannes Brahms kon natuurlijk niet achterblijven bij dat feestje, dus die knalde zijn eigen Variations on a Theme of Paganini, Op. 35 in elkaar, waarmee hij pianisten net zo hard liet zweten als ik de violisten, wollah! Zit ik daar lekker achterover te leunen, vriend, terwijl de grootste namen van de romantiek elkaar de tent uit vechten om mijn loopje na te spelen op hun toetsenbord, hayek trots!Nog meer remixen uit de toekomst, kil!
Zelfs ver na mijn tijd bleven die componisten maar terugkomen naar mijn winkel, swa, want Sergei Rachmaninoff dropte bijvoorbeeld zijn megaberoemde Rhapsody on a Theme of Paganini, Op. 43 op basis van precies ditzelfde deuntje! En het hield maar niet op met die gekte, broer, want later kwam Witold Lutosławski ook nog eens aanzetten met zijn eigen strakke Variations on a Theme by Paganini, gewoon weer mijn tune in een vers jasje! Alsof elf variaties van mijzelf nog niet genoeg waren om je vingers bij op te vreten, gooide George Rochberg er nog een schepje bovenop met zijn 50 Caprice Variations, vijftig stuks op mijn nek, kaolo bizar! Van één klein stukje voor solo viool naar een complete berg aan orkestwerken en pianoklappers over de hele wereld, zeg eerlijk, wie heeft er nou een hardere hit geschreven dan ik, jonguh?Laatste ronde uit mijn kist, gappie!
Zo zie je maar weer, drerrie, ik schreef gewoon een technische oefening in een kamertje in Italië en twee eeuwen later staat heel de muziekwereld nog steeds op zijn kop zodra die eerste noten van Caprice No 24 beginnen te rollen! Al die praatjes over de duivel of geheime kluizen mogen ze lekker houden, sahbi, want het enige geheim achter mijn Op. 1 is keihard bikkelen tot het eelt op je vingertoppen staat, jwz! Of je nou het origineel op één viool checkt of die dikke versies van Liszt, Brahms en Rachmaninoff opzet, mijn handtekening staat er zo dik op gedrukt dat niemand eromheen kan, neef! Dus gooi je speakers open, ouwe, laat die quasi presto door je kamer knallen en pas op dat je eigen vingers niet per ongeluk in de knoop schieten bij het luisteren, fissa!---
Ewa strijder, ging je een beetje lekker op deze lauwe geschiedenis achter mijn Caprice No 24, of niet dan, niffo? Geloof mij maar, kil, achter dit geschifte meesterwerk Caprice No 24 zit nog een hele berg andere leipe dingen verstopt die we nog lang niet allemaal uitgespeeld hebben, tantoe dik! Ram dus snel op die linkjes hierzo op de pagina en duik nog dieper in mijn Caprice No 24, want wij zijn nog lang niet uitgepraat, dushi!
