In de kappersstoel bij The Barber of Seville Overture van Rossini
De achtergrond

The Barber of Seville Overture

Rossini vertelt de achtergrond van zijn The Barber of Seville Overture
Ik heet Rossini en ik neem je graag mee in het verhaal achter het ontstaan van mijn The Barber of Seville Overture. Je komt te weten hoe deze vrolijke muziek pas na twee eerdere, bloedserieuze opera's bij een komedie terechtkwam, wat een chaotische première in Rome opleverde die je niet snel vergeet. Wil je onze stukken voortaan ook direct herkennen wanneer je ze ergens hoort,  ga dan aan de slag  met de lessen die ik hier samen met andere componisten geef.
---

Driemaal is scheepsrecht

Als je naar mijn The Barber of Seville Overture luistert, denk je waarschijnlijk dat ik deze vrolijke muziek speciaal voor een grappige kapper heb geschreven. Niets is minder waar, want ik ben altijd al een groot voorstander geweest van het slim hergebruiken van goede ideeën. Waarom zou je tenslotte een prima pak weggooien als je het maar één keer op een feestje hebt gedragen? Deze ouverture had er dan ook al twee complete levens op zitten voordat hij aan mijn komische opera werd geplakt.

Een Romeinse keizer in Milaan

Het begon allemaal in 1813 in Milaan, waar ik de muziek oorspronkelijk op papier zette voor mijn serieuze opera Aureliano in Palmira. Dat stuk ging op tweede kerstdag in première in het beroemde Teatro alla Scala. De ouverture deed toen dus dienst als opwarmer voor een zwaar verhaal vol statige personages. Toen die voorstellingen voorbij waren, vond ik de muziek veel te goed om zomaar in een stoffige la te laten verdwijnen.

Van de woestijn naar het Engelse hof

Twee jaar later werkte ik in Napels als muzikaal leider van de koninklijke theaters onder impresario Domenico Barbaia. Daar had ik in de herfst van 1815 een ouverture nodig voor een nieuw historisch drama, Elisabetta, regina d'Inghilterra. Ik pakte mijn partituur uit Milaan er weer bij, paste de orkestratie wat aan en liet het stuk in het Teatro San Carlo spelen. Het publiek in Napels had natuurlijk nog nooit gehoord wat er eerder in Milaan was gespeeld, dus voor hen klonk elke noot gloednieuw.

Haastklus voor het carnaval

Kort daarna, in december 1815, gaf hertog Francesco Sforza-Cesarini mij de opdracht om een komische opera te schrijven voor het carnavalsseizoen in Rome. Ik was toen pas drieëntwintig jaar oud en nam naast mijn drukke baan in Napels graag dit soort losse klussen aan. De tijd drong behoorlijk, want in februari moest het hele werk al op de planken staan in het Teatro Argentina. Sommige verhalen beweren dat ik de hele opera in twaalf of dertien dagen heb geschreven, al houden geleerden het liever op een week of twee tot drie.

Voorzichtig met een oude meester

Het toneelstuk van Beaumarchais dat we gebruikten was trouwens al eens eerder op muziek gezet door de oudere en zeer geliefde componist Giovanni Paisiello. Zijn versie uit 1782 was nog steeds ontzettend populair, en zijn vurige bewonderaars vonden het maar brutaal dat een jonge snaak hetzelfde verhaal durfde aan te pakken. Uit beleefdheid tegenover de oude meester gaven we mijn opera bij de première daarom een andere titel: Almaviva, o sia L'inutile precauzione. Ik hoopte dat ik zijn aanhangers daarmee een beetje kon sussen, net zoals je een waakhond een bot toewerpt voordat je het erf oploopt.

Het mysterie van de verdwenen noten

Omdat ik zo weinig tijd had voor de première van The Barber of Seville, kwam mijn trouwe ouverture uit Milaan en Napels voor de derde keer uitstekend van pas. Er gaat een hardnekkig verhaal van Edmond Michotte dat ik eerst nog een compleet nieuwe ouverture had geschreven op basis van Spaanse volksmelodieën van de tenor Manuel García. Dat nieuwe stuk zou vlak na de première spoorloos zijn verdwenen, al denken moderne onderzoekers dat dit prachtige verhaal vooral een legende is. Hoe het ook zij, omdat de gebruikte ouverture al jaren eerder bestond, hoor je er dus geen enkele melodie in terug uit de opera zelf.

Een rampzalige eerste avond

Op twintig februari 1816 zat ik zelf achter het klavier als maestro al cembalo om de première in het Teatro Argentina in goede banen te leiden. Het werd een avond om nooit te vergeten, maar dan vooral omdat werkelijk alles misging wat er maar mis kon gaan. Op het podium struikelden de zangers over allerlei ongelukjes, terwijl in de zaal de aanhangers van Giovanni Paisiello luidkeels stonden te joelen en te fluiten. Gelukkig liet ik mij niet uit het veld slaan en werd de tweede voorstelling een dag later al een klinkende overwinning.

De truc van Monsieur Crescendo

Dat het publiek zo snel overstag ging, kwam zeker ook door de aanstekelijke energie die al meteen in de ouverture zit. Ik gebruik daarin mijn favoriete muzikale recept, waarbij ik een kort wijsje steeds herhaal terwijl het orkest stap voor stap luider speelt en er telkens meer instrumenten bijkomen. Het voelt een beetje alsof er een klein sneeuwballetje van een helling rolt dat onderweg uitgroeit tot een denderende lawine. In Parijs vonden ze dat zo kenmerkend voor mijn stijl dat ze mij al snel de bijnaam Monsieur Crescendo gaven.

Geen tijd voor muzikale omwegen

In de muziekwereld bouwen we een ouverture meestal op volgens een vast schema met een middenstuk waarin de thema's uitgebreid worden uitgewerkt en gekneed. Ik had daar in dit stuk helemaal geen geduld voor en koos voor een ingekorte sonatevorm zonder zo'n ingewikkelde doorwerking. Na het voorstellen van de melodieën maak ik slechts een kort bruggetje en keer ik meteen terug naar het beginmateriaal. Ondertussen wissel ik vrolijk tussen het stralende E-groot en het spannendere e-klein, om uiteindelijk met volle kracht en paukenslagen in E-groot te eindigen.

Een tweede jeugd bij de kapper

Al kort na de première verschenen de eerste uitgaven voor zang en piano bij Casa Ricordi in Milaan en Nicolas-Raphaël Carli in Parijs. In de jaren twintig van de negentiende eeuw bracht uitgeverij Ratti, Cencetti and Comp. in Rome ook de eerste volledige orkestpartituur op de markt. Maar mijn grootste glimlach kreeg ik pas in 1950, toen regisseur Chuck Jones mijn muziek gebruikte voor het tekenfilmpje Rabbit of Seville van Warner Bros. Ik had in 1813 nooit durven dromen dat mijn keizerlijke ouverture uiteindelijk wereldberoemd zou worden dankzij een scherende Bugs Bunny en een kale Elmer Fudd.
---
Vond je het leuk om te horen hoe mijn The Barber of Seville Overture uiteindelijk op zijn plek is gevallen? Achter de ontstaansgeschiedenis schuilt natuurlijk nog de muziek zelf, en ook daarin valt er in mijn The Barber of Seville Overture nog genoeg te ontdekken. Klik gerust op de links hieronder om nog veel meer te verkennen over mijn The Barber of Seville Overture.