GOLDBERG VARIATIONS VAN BACH
'ARIA'

Goldberg Variations, BWV 988

Bach presenteert een luistergids bij Aria uit zijn Goldberg Variations
Ik ben Bach, en ik wil je graag vertellen over de Aria, het openingsstuk van mijn Goldberg Variations. Het is een rustig begin, en ik denk dat het de moeite waard is om er even bij stil te staan voordat de variaties beginnen. Ben je benieuwd naar wat er in dit korte stuk allemaal te horen valt? Ik ben er om je stap voor stap door de details van de Aria te leiden, zodat je hoort wat er onder de melodie gebeurt. Als we daarmee klaar zijn, laat ik je zien hoe je de rest van de Goldberg Variations verder kunt ontdekken.
---

Eén instrument, twee toetsenborden, geen orkest

Ik schreef de Aria voor een klavecimbel met twee manualen, dus twee toetsenborden boven elkaar, en dat staat ook zo op de titelpagina. Je hoort dus geen orkest en geen zanger, alleen één speler die met twee handen een heel gesprek voert. Luister naar de rechterhand, die de versierde melodie laat zingen, en naar de linkerhand, die daaronder rustig de bas neerlegt. Tegenwoordig wordt het vaak op piano gespeeld en ook dat werkt prima, zolang je die twee lagen maar apart leert horen.

Waarom het gewoon Aria heet

Ik noemde dit stuk Aria omdat de melodie klinkt als een lied, ook al is er geen zanger in de buurt. Ze is zo rijk versierd dat het lijkt alsof elke noot nog een krulletje om zich heen draagt. Ik had dit stuk al eerder opgeschreven, want het staat in het notenboek voor Anna Magdalena Bach uit 1725, lang voordat het de opening van een groot werk werd. Een eenvoudige titel leek me genoeg, want de Aria hoeft niets te bewijzen: het is het begin waar alles uit groeit.

Een begin met een toekomst

De Aria is een sarabande in G-majeur in driekwartsmaat, een statige dans. Daaruit laat ik dertig variaties groeien, en die volgen niet de melodie maar de baslijn en de akkoorden eronder. Aan het eind komt de Aria zelf weer terug, dus eigenlijk loop je een grote cirkel. Ik neem die cirkel in drie stappen met je door: de Aria zelf, de baslijn eronder en de terugkeer aan het eind.

Deel 1: De melodie die zich netjes aankleedt

De Aria begint zoals een sarabande dat doet: in G-majeur, in driekwartsmaat, met een plechtige en bedaarde sfeer. De toonaard geeft het geheel iets open en warms, alsof er een raam openstaat in een rustige kamer. De rechterhand versiert de melodie zo rijk dat zelfs een lange noot nog een kleine buiging maakt. Let vooral op hoe kalm dat blijft, want precies die rust maakt de variaties later zo verrassend.

Deel 2: De baslijn die niemand ziet maar iedereen draagt

Onder die melodie ligt een baslijn van tweeëndertig noten, en die noten zijn het eigenlijke thema van het hele werk. Elk van de dertig variaties volgt die bas en de akkoorden, en niet de melodie die je in het begin hoorde. Zo kan bovenin alles veranderen terwijl de bodem gelijk blijft, zoals een huis dat van binnen steeds anders wordt ingericht. Probeer in de Aria vooral de linkerhand te volgen, dan herken je die bas later terug, ook als erboven iets heel anders gebeurt.

Deel 3: Thuiskomen met de schoenen nog aan

Na dertig variaties, waarvan de laatste een luchtig potpourri van volksliedjes is, onder andere "Kraut und Rüben", keert de Aria terug. Ik noem dat "Aria da capo e fine", dus nog een keer vanaf het begin en dan is het klaar. Het zijn dezelfde noten als eerst, maar jij hoort ze anders, omdat je de hele reis ertussendoor al hebt meegemaakt. Dat is mijn kleine kunstgreep: de stemming is weer stil, en het begin voelt aan het eind als thuiskomen.

Nu is het aan jou

Nu mag je het zelf beleven: druk op play en laat de muziek rustig over je heen komen. Houd tijdens het luisteren onze afspraken in je achterhoofd: de melodie bovenin, de baslijn eronder en de twee toetsenborden. Je hoeft niets te herkennen om ervan te genieten, want de Aria neemt je vanzelf mee. Ik hoop dat je de reis door mijn Aria net zo spannend vindt als ik hem vond toen ik hem maakte.
---
Zo, nu heb je de Aria van begin tot eind gehoord, met die rustige baslijn eronder en die versierde melodie erboven. Heb je genoten van deze luistergids bij de Aria uit de Goldberg Variations? Ik hoop dat je nu iets hoort wat je eerder misschien ontging, namelijk dat een eenvoudig, langzaam dansje het begin van een hele wereld kan zijn. Het mooie van dit werk vind ik dat je het nooit helemaal uitgeluisterd krijgt. Wie het een tweede keer hoort, let ineens op de bas, en bij de derde keer op iets heel anders. Zelfs dezelfde noten klinken telkens weer anders, afhankelijk van wie ze speelt. Glenn Gould nam het werk in 1955 op en in 1981 nog eens, en je hoort dat hij er na al die jaren op een andere manier naar luisterde. Er valt dus nog veel te ontdekken aan de Goldberg Variations. Denk aan de variaties die ik hier alleen even aanstipte, zoals de Quodlibet, waarin twee volksliedjes samen de laatste variatie vormen. Denk ook aan de canons, die steeds een stapje verder gaan, en aan de vraag hoe die dertig variaties samen één groot geheel worden. Ik nodig je uit om op de links hieronder te klikken en verder te luisteren. Neem er gerust de tijd voor, want dit werk is nooit bedoeld om snel af te werken. Misschien begin je bij de variatie die je het meest nieuwsgierig maakt, en misschien eindig je zoals ik: weer bij de Aria, die dan net iets anders klinkt dan de eerste keer.