GOLDBERG VARIATIONS VAN BACH
'VARIATION 25'
Goldberg Variations, BWV 988

Ik ben Bach, en in de komende minuten neem ik je mee naar Variation 25 uit mijn Goldberg Variations. Het is een stuk dat je niet haastig beluistert, want het vraagt om rust en een beetje stilte om je heen. Ben je benieuwd naar wat er in deze variatie gebeurt en waarom ze zo anders voelt dan de stukken eromheen? Ik ben er om je stap voor stap door de details van Variation 25 te leiden, zodat je straks niet alleen hoort wat er klinkt, maar ook begrijpt waarom. Als ik je alles over deze variatie heb verteld, geef ik je nog een paar manieren om de rest van de Goldberg Variations verder te ontdekken.
---
Twee toetsenborden en één paar oren
Voor Variation 25 heb je geen orkest nodig, want ik schrijf haar voor één klavecimbel met twee manualen, en die twee toetsenborden gebruik ik om de lagen uit elkaar te houden. Luister eerst naar de melodie in de rechterhand: die bestaat vooral uit heel kleine, snelle noten met veel chromatische stapjes, alsof iemand in het donker naar de lichtschakelaar tast. Luister daarna naar de linkerhand, die rustig de baslijn en de akkoorden van de Aria volgt, want daar hoort deze variatie bij en niet bij de melodie. Speelt iemand haar op piano, dan werkt dat ook, zolang je maar hoort dat er een trage, donkere ondergrond ligt waar de snelle noten overheen lopen.Een parel die ik niet zelf heb gedoopt
Ik moet eerlijk zijn: ik heb deze variatie nooit een naam gegeven, ze kreeg van mij alleen een plaats in de reeks, nummer 25. De bijnaam "the black pearl" komt van Wanda Landowska, en ik vind dat een mooie vondst. Zwart past bij de donkere toonsoort g-mineur, en parel past bij iets kostbaars dat in de stilte van een lange reeks van dertig variaties glanst. Er zijn er maar drie die in g-mineur staan, de nummers 15, 21 en 25, en deze is meestal de langste van de hele reeks.Een omweg
De vorm van Variation 25 ligt vast: het is een variatie op één Aria, en dat bepaalt alles. De baslijn en de akkoorden van de Aria vormen het skelet, en de melodie mag daar vrij omheen kronkelen. Om het jou makkelijker te maken verdeel ik haar in drie delen, zoals je ze hoort: het begin, de lange tocht door het midden en de landing. In de volgende alinea's loop ik die delen één voor één met je door, dus pak er gerust een kop thee bij.Deel 1: Het licht gaat langzaam aan
Het begin klinkt in tempo adagio, in g-mineur en in driekwartsmaat, dus je voelt meteen dat niemand hier ergens naartoe hoeft te rennen. Die donkere kleur had je in de Aria nog niet gehoord, want die stond in G-majeur, en daardoor voelt deze variatie als een deur naar een andere kamer. De melodie begint behoedzaam en zucht met haar chromatische stapjes alsof ze iets zwaars wil vertellen. Onder haar loopt de bas heel gelijkmatig door, als iemand die zo langzaam praat dat elk woord blijft hangen.Deel 2: De melodie raakt de weg kwijt
In het midden worden de noten van de rechterhand drukker, met veel zestiende en tweeëndertigste noten die over elkaar heen lijken te struikelen. Het tempo blijft adagio, maar door al die snelle noten lijkt de muziek te stromen, en de stemming verschuift van berusting naar onrust en verlangen. Toch raakt de melodie niet echt de weg kwijt, want de linkerhand houdt de baslijn van de Aria stevig vast. Dat samenspel van een zwervende melodie en een trouwe bas is volgens mij het mooiste verhaal dat ik in deze variatie vertel.Deel 3: Zwart fluweel, zachte landing
Naar het einde toe komt de melodie langzaam tot rust, en het is alsof de zucht van het begin eindelijk wordt uitgesproken. De bas voltooit zijn weg, g-mineur blijft de kleur, en wat overblijft is een stille, bijna plechtige sfeer. Daarna volgt Variation 26 en dan de canon van Variation 27, waarmee die groep van drie volledig wordt. Na zoveel donker voelt dat als de ramen weer opengaan, en dat is precies waarom ik deze variatie op die plek heb gezet.Druk maar op play
Nu is het jouw beurt: zet Variation 25 op en laat de muziek rustig over je heen komen. Denk onderweg aan wat we besproken hebben, aan de snelle melodie bovenin en de trage bas eronder. Je hoeft niets te herkennen, want luisteren is hier al genoeg. Ik hoop dat je de reis door deze variatie net zo spannend vindt als ik toen ik haar schreef.---
Heb je met plezier gelezen over de luistergids van Variation 25 uit de Goldberg Variations? Ik hoop dat je na al die donkere, trage noten in g-mineur iets hebt gehoord dat je eerder niet opviel. Zo'n variatie is een stuk waar je niet doorheen hoeft te komen, want je mag er rustig in blijven hangen. Voor mij is dat de mooiste manier van luisteren: zonder haast, en met de bereidheid om een stuk twee keer te horen. Het werk is daarmee nog lang niet af. Na deze variatie volgen er nog een paar, en helemaal aan het eind komt een Quodlibet, waarin ik twee volksliedjes door elkaar laat klinken. Daarna keert de Aria terug, en dan hoor je dezelfde melodie met heel andere oren, omdat je er dertig variaties van onderweg bij hebt. Er valt ook veel te ontdekken in de verschillende uitvoeringen. Glenn Gould nam het werk in 1955 op en nog een keer in 1981, en wie beide opnames hoort, merkt hoe één stuk twee volkomen eigen gezichten kan krijgen. Ook de canons, die om de drie variaties terugkomen, zijn een tocht op zich, en er ligt nog een verrassing in mijn eigen exemplaar, dat in 1974 werd teruggevonden. Klik daarom gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen over de Goldberg Variations. Misschien vind je daar de volgende parel.
