Dobberen in Venetië met Offenbachs Barcarolle
De luistergids
Belle nuit, ô nuit d'amour

Fijn dat je er bent, ik ben Jacques Offenbach en dit is de luistergids voor mijn Barcarolle. Ik laat je horen hoe het orkest onderin als een rustige gondel blijft schommelen terwijl twee zangeressen daarboven steeds op precies dezelfde harmonieuze afstand van elkaar meezweven. Bovendien leren mijn medecomponisten en ik je hier hoe je onze werken direct kunt herkennen zodra ze ergens klinken, dus probeer onze Trainer eens .
---
Muzikale roeispanen en een stemmig duo
Als je naar mijn Barcarolle luistert, kun je je het beste concentreren op hoe het orkest en de zangstemmen het werk eerlijk verdelen. Het orkest zorgt onderin voor een onafgebroken, zacht schommelende beweging in een zesachtste maat, alsof er een geduldige roeier onder het podium zit. Daarboven zweven de stemmen van de sopraan Giulietta en de mezzosopraan Nicklausse, die bijna het hele stuk lang op een vaste, harmonieuze afstand van elkaar blijven zingen. Op de achtergrond voegt het koor zich af en toe zachtjes bij hen om de klank nog wat warmer en voller te maken.Van bosgeesten naar Venetiaans water
Die wiegende begeleiding verklaart meteen de bijnaam Barcarolle, want zo noem je nu eenmaal een traditioneel lied van de gondeliers in Venetië. Officieel heet dit duet uit mijn laatste opera Les contes d'Hoffmann trouwens Belle nuit, ô nuit d'amour, een Franse tekst die Jules Barbier erbij schreef. Zelf had ik de melodie in 1863 nog onder de naam Chant des elfes bedacht voor mijn opera Die Rheinnixen, voordat ik in oktober 1880 overleed en Ernest Guiraud de orkestratie van mijn onvoltooide meesterwerk afmaakte. Of ik dit deuntje zelf al voor Venetië had klaargelegd of dat Guiraud het na mijn dood uit mijn oude schetsen opdiepte, daar zijn de geleerden het nog steeds niet over eens.Een muzikale dubbele boterham
Voor de opbouw van de Barcarolle koos ik geen ingewikkelde sonate of rondo, maar een overzichtelijke driedelige liedvorm die je kunt weergeven als A-B-A. Het stuk opent met een instrumentale inleiding en sluit na de drie gezongen hoofddelen ook weer rustig af met een naspel van het orkest. Tussen dat begin en einde hoor je eerst het hoofdthema, daarna een iets vuriger middengedeelte en tot slot de terugkeer van de eerste melodie. In de volgende alinea's loop ik die onderdelen een voor een met je langs, zodat je precies weet waar je onderweg op kunt letten.Deel 1: Rustig van wal steken
We beginnen in de toonsoort D-groot en in een kalm Moderato-tempo, waarbij het orkest eerst in zijn eentje het kabbelende ritme op gang brengt. Zodra die rustige golfslag staat, zetten Giulietta en Nicklausse samen de lange, dromerige hoofdmelodie in. Hun stemmen bewegen keurig gelijk op in zogeheten tertsen en sexten, waardoor ze klinken als twee wandelaars die precies in dezelfde pas lopen. Alles ademt hier de lome rust van het water bij nacht, zonder dat de muziek ook maar één moment haast lijkt te maken.Deel 2: Een zuchtje tegenwind op het kanaal
In het tweede deel laat ik de veilige haven van het hoofdthema even achter me en krijgt de sfeer iets meer spanning en verlangen. De harmonie kleurt wat rustelozer en de zanglijnen klimmen geleidelijk omhoog, waardoor de nachtelijke kalmte plaatsmaakt voor een warme gloed. Het tempo blijft weliswaar gelijkmatig doorwiegen, maar door de aanzwellende dynamiek voelt het alsof het water onder de boot plotseling wat dieper wordt. Net wanneer die emotionele golf zijn hoogste punt bereikt, laat ik de spanning weer voorzichtig wegebben om de terugweg voor te bereiden.Deel 3: Veilig terug aan de kade
In het laatste gezongen gedeelte keren we terug naar de vertrouwde melodie en de zonnige klank van D-groot uit het begin. Deze herhaling voelt na dat intensere middenstuk als een zachte landing, waarbij het koor en de twee solisten nog één keer samensmelten. Vervolgens neemt het orkest het stokje weer over voor het naspel, waarin de melodie langzaam uitdooft alsof het bootje in de verte achter een brug verdwijnt. De laatste akkoorden sterven zo zachtjes weg dat je bijna moet opletten of de muzikanten niet stiekem in slaap zijn gevallen.Stap zelf aan boord
Nu weet je precies hoe mijn Barcarolle in elkaar zit en wordt het hoog tijd om zelf op de afspeelknop te drukken. Leun rustig achterover en laat je meevoeren door het kalme ritme van het orkest en de twee in elkaar grijpende zangstemmen. Houd tijdens het luisteren gerust in je achterhoofd hoe we van de kabbelende opening via het vurige middenstuk weer bij de stille slotmaten uitkomen. Ik hoop dat je net zoveel plezier beleeft aan deze korte tocht over het water als ik destijds aan het schrijven van de noten.---
Hopelijk heb je ervan genoten om op deze manier met een ander oor naar mijn Barcarolle te luisteren. Natuurlijk valt er over deze muziek en de bijzondere geschiedenis erachter nog veel meer te vertellen. Klik daarom gerust op de links hieronder om dit stuk nog verder te verkennen.
