Skeletten op de dansvloer bij Saint-Saëns' Danse macabre
De luistergids
Danse macabre, Op. 40

Welkom bij de luistergids van mijn Danse macabre, ik ben Camille Saint-Saëns. Je hoort een hele spooknacht, van de twaalf slagen van middernacht tot de haan die de doden bij zonsopgang terugstuurt naar hun graf, en dat verhaal loont het om van begin tot eind mee te maken. Stukken herkennen zodra je ze hoort leer je op deze site ook van mijn collega-componisten en mij, dus ga naar de Trainer en probeer het.
---
Luister alsof je om een kampvuur zit
Je hoeft niets van klassieke muziek te weten om mijn Danse macabre te volgen, want het is een spookverhaal zonder woorden. Let vooral op drie klanken: de solo-viool die de hoofdrol speelt, de xylofoon met zijn droge, houterige getik en de hobo die pas helemaal aan het einde opduikt. Het orkest eromheen is het decor, met harp en lage strijkers die de nacht donker maken en blazers en slagwerk die er af en toe een schrikmoment in zetten. Probeer dus niet alles tegelijk te volgen, maar zoek steeds de ene klank die op dat moment het verhaal vertelt.Waarom een dodendans en geen gewoon dansje
De titel gebruikt de Franse term danse macabre, de dodendans uit de middeleeuwen, en die naam paste precies bij wat ik wilde vertellen. Het verhaal erachter is dat de Dood op middernacht, in de nacht van Halloween, de doden uit hun graven roept om te dansen, en dat ze weer verdwijnen zodra de haan kraait. Voor een componist is dat een geschenk, want een dans heeft een ritme, en een ritme kun je laten spoken. Zo hoefde ik de dodendans niet alleen te beschrijven, ik kon de muziek zelf laten dansen.Geen sonate, geen rondo, maar een verhaal met een klok
Ik koos bewust geen sonate en geen rondo, want mijn Danse macabre is een symfonisch gedicht in één deel, een vorm die ik sinds Le Rouet d'Omphale uit 1871 graag gebruikte. In zo'n vorm bepaalt het verhaal hoe de muziek is opgebouwd en niet een vast schema. Daarom kun je het stuk in vier delen volgen: de middernacht, de dans, het hoogtepunt rond het Dies irae en de dageraad. Het geheel staat in g mineur, en die donkere grondkleur blijft het uitgangspunt tot de haan er een eind aan maakt.Deel 1: Iemand klopt zachtjes aan bij de nacht
Het stuk begint heel stil, met de harp die de slagen van middernacht aantikt en lage strijkers die nauwelijks durven te ademen. Er is nog geen echte melodie en geen haast, alleen een gespannen wachten waarin je het donker bijna kunt horen. Het tempo is hier traag, want dit is de stilte vlak voor de dans. De sfeer is dreigend maar beheerst, als een deur die heel langzaam openzwaait.Deel 2: De viool nodigt de gasten uit
Dan zet de solo-viool de dans in, met een kale, ongemakkelijke sprong die men een tritonus noemt en die meteen laat horen dat hier niets pluis is. Daaronder zet het orkest een lichtvoetig, wiegend ritme neer, en een voor een sluiten de doden aan. Het tempo trekt gaandeweg aan, de xylofoon en de blazers doen mee en de toonsoort g mineur houdt alles donker. Dit is de eerste echte dansmuziek van het stuk, griezelig en toch bijna vrolijk.Deel 3: Het bal bereikt zijn hoogtepunt
Halverwege klinkt in de houtblazers het Dies irae, een oeroude melodie uit de kerk, en omdat ik die in een majeurtoonsoort zette, licht de muziek opeens bijna op. Die plotselinge kleurwisseling is het grootste verrassingsmoment van het stuk, want zo had je het gezang nog nooit gehoord. Daarna neemt de dans het weer over en wordt hij wilder, met het volle orkest en de viool die er dwars doorheen snijdt. Bij de première in 1875 vonden sommige critici mijn behandeling van die melodie vervormd, al lopen de verslagen over dat onthaal uiteen.Deel 4: De haan stuurt iedereen naar huis
Tegen het einde dooft de dans langzaam uit en wordt de muziek ijler, tot de hobo de kraai van de haan nadoet. Die ene heldere noot is het teken dat het feest voorbij is, en het orkest zakt er als het ware voor in elkaar. De viool wordt zachter, het tempo komt tot rust en de spanning lost op in een stille ochtend. Zo eindigt een stuk dat met middernacht begon, en kruipt iedereen netjes terug in zijn graf.Nu is het jouw beurt
Nu mag je mijn Danse macabre zelf beleven, dus zet de muziek aan en laat je erin onderdompelen. Denk tijdens het luisteren even terug aan wat we besproken hebben: de harp, de viool, het Dies irae en de haan. Je hoeft niets te herkennen, het is genoeg als je het verhaal volgt. Ik hoop dat je de reis door mijn Danse macabre net zo spannend vindt als ik hem vond toen ik hem maakte.---
Zo klinkt het dus als een lied uit 1872 uitgroeit tot een nachtelijk bal met een heel orkest, en ik hoop dat je er met plezier naar hebt geluisterd. Als je nu terugdenkt aan de twaalf slagen van de harp en aan de haan die de doden weer naar huis stuurt, hoor je het verhaal misschien al een beetje anders dan voordat je begon. Vond je het leuk om meer te leren over de luistergids van Danse macabre? Er valt nog veel meer te ontdekken, bijvoorbeeld hoe Franz Liszt en Vladimir Horowitz er pianomuziek van maakten, of hoe ik het xylofoongeluid van de rammelende botten later opnieuw gebruikte in 'Fossielen' uit Le Carnaval des animaux. Het blijft een stuk dat bij elke keer luisteren iets nieuws laat horen, juist omdat je nu weet waar je op kunt letten. Klik gerust op de links hieronder om verder te ontdekken wat Danse macabre nog meer te bieden heeft.
