Zwaar op de hand bij de Piano Sonata No. 8 in C minor, Op. 13, "Pathétique" van Beethoven
De achtergrond
Piano Sonata No. 8 in C minor, Op. 13

Ik ben Ludwig van Beethoven, en dit is het verhaal achter mijn Piano Sonata No. 8 in C minor, Op. 13, "Pathétique". Je hoort hoe ik deze sonate in Wenen schreef en opdroeg aan prins Karl von Lichnowsky, de man die mij daar al vroeg steunde. Wil je merken of je mijn sonate en de stukken van mijn collega-componisten zelf kunt herkennen als ze klinken, begin dan met een proefronde in de Trainer .
---
Een woord dat nu anders klinkt
Op de eerste uitgave staat de titel "Grande sonate pathétique", dus de bijnaam is geen latere vondst van anderen. Wie die titel bedacht heeft, weet niemand zeker: volgens de ene bron koos de uitgever hem en keurde ik hem goed, volgens de andere kwam hij van mij. Pathétique heeft trouwens niets met zielig te maken, hoe het woord tegenwoordig ook mag klinken. Al in 1705 schreef Brossard in zijn Dictionaire de Musique dat het iets is wat ontroert, veel uitdrukt en hartstochten kan wekken.Een jonge man in Wenen
Ik schreef deze sonate rond 1798, al verschillen de bronnen een jaartje van mening, en in 1799 verscheen hij in druk. Ik was toen ongeveer 27 en probeerde in Wenen een naam op te bouwen. Dat ik in 1815 aan Charles Neate vertelde dat mijn gehoor in 1798 begon af te nemen, geeft aan dat er al iets in mijn leven veranderde terwijl ik dit stuk schreef. Doof was ik toen nog niet, maar in 1801 schreef ik mijn vrienden al over mijn klachten.Een prins als steun in de rug
De sonate draagt de naam van prins Karl von Lichnowsky, en dat was geen toevallige keuze. Hij was een van mijn eerste beschermheren in Wenen en had me al eerder geholpen. De Piano Trios, Op. 1, die in 1795 verschenen, droeg ik ook aan hem op. Een dedicatie was in die tijd een vorm van dank, en een prins kon je ook weer nieuwe deuren openen.Kijken naar een voorganger
Wie de sonate goed beluistert, hoort dat ik niet uit het niets begon. Musicologen wijzen op Mozarts Piano Sonata K. 457 als mogelijk voorbeeld, ook die staat in c-klein. Clementi schreef kort daarvoor in Londen een sonate, Op. 34 No. 2, die ook met een langzame inleiding werkt, maar daar zal ik waarschijnlijk niets van geweten hebben. Het blijft dus bij een aanwijzing en niet bij een bewijs, en dat vind ik als geïnteresseerde luisteraar van mijn eigen werk wel prettig eerlijk.Drie delen, drie gangen
Een sonate is zelden één doorlopend stuk, ze is opgedeeld in delen die we delen noemen, en je kunt dat vergelijken met de gangen van een diner. De eerste gang is het Grave – Allegro di molto e con brio: eerst een zware, langzame opening en dan een snel, onstuimig vervolg. Daarna volgt als rustige tussengang het Adagio cantabile, een langzaam deel waarin de melodie mag zingen. Als afsluiter komt het Rondo: Allegro, waarin een terugkerend thema het hele deel voortdrijft, en samen duren de drie delen zo'n zeventien tot twintig minuten.Een thema dat net anders afslaat
In het eerste deel doe ik iets wat een luisteraar van toen niet verwachtte. Het tweede thema had in een majeur-toonsoort moeten opduiken, maar ik laat het verschijnen in es-klein. Pas het derde thema gaat naar Es-groot, zodat de somberheid net iets langer blijft hangen. Ook keert het Grave halverwege nog even terug, alsof de zware opening de rest van het deel niet loslaat.Alles hangt met elkaar samen
Het slotdeel is meer dan een vrolijk of woelig einde, want het knoopt de rest bij elkaar. Het hoofdthema van het Rondo lijkt op het tweede thema uit het eerste deel. Ook de melodie van het tweede deel laat ik er nog even doorheen klinken. Daardoor voelen de drie delen als één verhaal en niet als drie losse stukken.Een jongen met pen en papier
In 1804 ontdekte de tienjarige Ignaz Moscheles deze sonate. Hij kon de bladmuziek niet kopen en schreef het stuk daarom over van een exemplaar uit een bibliotheek. Ik vind dat een groter compliment dan een volle concertzaal, want wie een hele sonate met de hand overschrijft, wil haar echt hebben. Zo zie je dat de muziek al snel buiten Wenen en buiten de kring van professionele pianisten werd gespeeld.Een melodie op de radio
Mijn Adagio cantabile kreeg na mijn tijd een tweede leven in een heel andere wereld. Karl Haas koos het thema als herkenningsmelodie van zijn Amerikaanse radioprogramma Adventures in Good Music. Dat programma liep van 1970 tot 2007, dus hele generaties luisteraars hoorden mijn melodie als een soort welkomstgroet. Zo kwamen mensen die nooit een concertzaal betraden toch met mijn muziek in aanraking.Waarom dit stuk zo blijft hangen
Musicoloog Barry Cooper schrijft dat deze sonate al mijn eerdere composities overtreft in karakter, emotie en originaliteit. Dat past bij wat je hoort: de contrasten zijn groter, de stiltes zijn dieper en de uitbarstingen komen harder aan. Voor mij was het een stap vooruit, waarin ik durfde te laten horen wat ik voelde. En als je luistert, hoor je dat nog steeds.---
Zo, nu weet je hoe deze sonate bij mij begon, en ik hoop dat je het een fijn verhaal vond. Vond je het leuk om te lezen over de achtergrond van mijn Piano Sonata No. 8 in C minor, Op. 13, "Pathétique"? Ik schreef haar toen ik nog jong was, en het ontroert me dat zoveel mensen er na al die tijd nog steeds naar luisteren. Er valt trouwens nog veel meer te ontdekken dan wat ik hier heb verteld. Denk aan de manier waarop de drie delen elkaar op de achtergrond blijven aanspreken, of aan de vele verschillende manieren waarop pianisten de sonate spelen. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te ontdekken wat deze sonate nog meer te bieden heeft. Misschien hoor je er bij de volgende keer iets in wat je eerder nog niet had opgemerkt.
