SYMPHONY NO 5 VAN BEETHOVEN
DE ACHTERGROND

Symphony No. 5 in C minor, Op. 67

Beethoven vertelt de achtergrond van zijn Symphony No 5
Ik ben Beethoven, en ik wil je het verhaal vertellen achter mijn Symphony No 5. Als ik terugkijk, vind ik het bijzonder dat een stuk dat bijna iedereen herkent, zo'n rustige en bijna verborgen geschiedenis heeft. Ben je nieuwsgierig naar het verhaal achter Symphony No 5? Dan neem ik je er graag doorheen mee, stap voor stap, zodat je onderweg niets hoeft te missen. Als ik alles heb verteld, geef ik je ook een paar manieren om Symphony No 5 daarna zelf verder te ontdekken.
---

Een kladje uit de herfst van 1803

In de herfst van 1803 schreef ik de eerste ideeën voor deze symfonie op, en dan bedoel ik echt ideeën: losse snippers, nog geen stuk. Vanaf begin 1804 werkte ik eraan, en pas in maart 1808 was het werk klaar. Dat is ruim vier jaar voor één symfonie, en zo lang laten sommige mensen een huis bouwen. Die vier noten die iedereen kent, zijn dus geen vluchtige inval geweest maar het resultaat van heel veel geduld.

Parijs gaat niet door

Ik wilde de symfonie in Parijs laten horen, en in gedachten had ik mijn koffer al half ingepakt. Maar die reis werd afgeblazen, en daarmee kwam het werk een tijdje stil te liggen. Dat vond ik niet erg, want een stuk dat even mag rijpen wordt zelden slechter. Toen ik de draad weer oppakte, kwam er opeens veel meer vaart in.

De laatste loodjes

Het grootste deel schreef ik tussen het voorjaar van 1807 en het begin van 1808. In maart 1808 maakte ik de partituur af, helemaal met mijn eigen hand. Wie wil weten wanneer ik echt begonnen ben, krijgt twee antwoorden: de ene bron telt vanaf 1804, de andere kijkt alleen naar 1807 en 1808. Eerst een tijd bijna niets en dan alles tegelijk, zo werkte ik aan dit stuk.

Twee namen op de voorkant

De symfonie draag ik op aan twee mensen: prins Franz Joseph Maximilian Lobkowitz en graaf Andrey Kyrillovich Razumovsky. Twee mensen dus, en samen delen ze één symfonie. Uitgeverij Breitkopf & Härtel kreeg in september 1808 tijdens een bezoek aan Wenen al kopieën van het werk in handen. De uitgever kende het stuk dus eerder dan het publiek, want de première moest toen nog komen.

Vier hoofdstukken, één verhaal

Een symfonie is opgedeeld in delen, een beetje zoals een boek in hoofdstukken, en elk deel heeft een eigen tempo en een eigen sfeer. Het eerste deel, Allegro con brio, is het stormachtige begin in c-mineur, en het tweede, Andante con moto, bestaat uit twee thema's die steeds in een nieuwe vorm terugkomen. Het derde deel is een scherzo, ook Allegro genoemd, waarin het ritme van de vier noten weer vooraan staat, en zonder pauze loopt het over in het vierde deel, opnieuw een Allegro. Daar is de storm voorbij en klinkt het in C-majeur, zodat je pas aan het einde van het verhaal merkt dat het goed afloopt.

Een concert zonder einde

Op 22 december 1808 dirigeerde ik zelf de première in het Theater an der Wien in Wenen, in een concert met alleen muziek van mij. De zesde symfonie kwam eerst aan de beurt en de Vijfde pas in de tweede helft van de avond. Er klonken die avond ook nog mijn Vierde pianoconcert en de Koorfantasie. De symfonie zelf duurt maar zo'n 33 minuten, dus reken maar uit hoe lang die avond was.

Geen triomf, eerlijk gezegd

Ik zou graag vertellen dat de zaal juichend opstond, maar de eerste uitvoering was geen succes. Het orkest had nauwelijks kunnen repeteren, en dat hoor je bij een nieuw stuk meteen. Het publiek was bovendien moe van de lengte van het concert, en dat helpt niet als je een nieuwe symfonie moet beoordelen. Er kwam dan ook weinig kritische reactie, de roem kwam pas later.

Eén man die het meteen begreep

Gelukkig was er E.T.A. Hoffmann, die over de symfonie schreef dat ze onbeschrijflijk diep en groots was. Zulke woorden zijn welkom na een première die zo weinig losmaakte. Zijn oordeel is blijven hangen, want de symfonie is niet meer weg te denken uit de concertzalen. Het stuk dat in 1808 zo koeltjes werd ontvangen, hoort nu bij de bekendste muziek die er bestaat.

Het orkest krijgt versterking

In het laatste deel laat ik drie instrumenten meespelen die nog nooit samen in een symfonie te horen waren: de piccolo, drie trombones en de contrafagot. Ze spelen dus niet de hele symfonie mee, ze komen pas in dat slotdeel binnen. Het orkest klinkt daardoor ineens groter en feestelijker, zoals een kamer waar op het laatste moment extra gasten binnenkomen. Dat past bij het slot in C-majeur, waar het scherzo nog even terugkomt voordat ik het tempo opvoer in een lange coda die ik Presto noem.

Wie klopt daar aan de deur?

De bijnaam Noodlotssymfonie komt van de uitspraak "Zo klopt het noodlot aan de deur". Die zin staat in de verhalen van Anton Schindler, geschreven na mijn dood, en of ik het echt zo gezegd heb, weet niemand zeker. Een ander verhaal, van Carl Czerny, wil dat het motief uit het lied van een geelgors in de Prater komt, maar ook dat blijft een verhaal. Mijn gehoor begon rond 1798 achteruit te gaan, en het is verleidelijk daar noodlot in te lezen, maar zeker weet ik alleen dat je die vier noten meteen herkent.
---
Zo, nu weet je hoe Symphony No 5 stap voor stap is ontstaan, van de eerste schetsen in de herfst van 1803 tot die winteravond in Wenen in december 1808. Het was geen triomfantelijke avond, want het orkest had amper kunnen repeteren en het publiek was moe van een bijzonder lange avond. Als ik daar nu op terugkijk, vind ik het mooi dat een werk met zo'n moeizame start toch zijn weg heeft gevonden naar luisteraars die zich van die avond niets hoeven aan te trekken. Heb je genoten van het verhaal achter Symphony No 5? Ik hoop het, want er is nog veel meer te ontdekken. Je kunt luisteren naar hoe de vier delen op elkaar aansluiten en hoe de muziek van stormachtig c-mineur doorbreekt naar een stralend C-majeur. Je kunt ook uitzoeken waar de bekende uitspraak over het noodlot dat op de deur klopt vandaan komt, want het verhaal gaat dat ik die woorden zelf heb gezegd, maar zeker is dat niet. Klik daarom gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen. Neem er de tijd voor, net als ik die destijds nam, en laat je verrassen door wat je nog niet kende.