Een rondje zonnestelsel met Holsts The Planets
VI. Uranus, the Magician

The Planets, Op. 32

Holst presenteert een luistergids bij VI. Uranus, the Magician uit zijn The Planets
Ik ben Gustav Holst, en ik vertel je graag wat er gebeurt in VI. Uranus, the Magician. Je hoort hoe vier forse koperstoten een onhandig dansje op gang brengen, dat steeds wilder wordt tot een orgelglissando het hoogtepunt aankondigt, waarna alles zachtjes wegsterft. Wil je leren onze stukken te herkennen zodra ze klinken, dan helpen mijn vakgenoten en ik je daar op deze site mee, dus ga gerust  naar de Trainer .
---

Let op het koper, daar zit de truc

Als ik een vriend meeneem door Uranus, zeg ik altijd dat hij vooral naar het koper moet luisteren, want dat steekt het hele stuk aan met een motief van vier noten. Die vier noten klinken in het begin als een toverspreuk, en je herkent ze later weer, ook als ze zich tussen de andere instrumenten verstoppen. Verderop neemt het hele grote orkest het over, en helemaal aan het eind laat het orgel zich horen met een glissando, een glijdende beweging door de toetsen. Je hoeft niets van muziek te weten, als je maar let op wie er op welk moment het woord voert.

Waarom ik een tovenaar nodig had

Mijn uitgangspunt voor The Planets was astrologie, dus ik keek niet naar sterrenkunde maar naar het karakter dat mensen aan een planeet toeschrijven. Bij Uranus paste voor mij een tovenaar, iemand die onverwachte dingen doet en je nooit helemaal laat zien hoe hij het doet. Je hoort daarbij ook een beetje The Sorcerer's Apprentice van Dukas, want dat stuk wordt gezien als de duidelijkste invloed op mijn Uranus. Mijn tovenaar is dan ook geen statige heer in een sterrenmantel, maar iemand wiens trucs een beetje uit de hand lopen.

Geen schoolvorm, wel een verhaal

De vorm van Uranus was een avontuur op zich, want ik dacht niet aan een sonate of een rondo, maar aan een verhaal dat zich stap voor stap ontvouwt. Het stuk staat in Allegro, voornamelijk in 6/4, met af en toe een uitbarsting in 9/4 die de maat even opzij duwt. Ik onderscheid vier delen: het openingsmotief, de onhandige dans, de climax en de stille afloop. Die loop ik hierna een voor een met je door, zodat je altijd weet waar je in het verhaal bent.

Deel 1: Een toverspreuk in vier noten

Het stuk begint met het koper, dat zijn motief van vier noten neerzet als iemand die op een lege zaal zijn eerste toverwoord uitspreekt. Het tempo is Allegro, dus het gaat vlot, maar de sfeer is vooral geheimzinnig en verwachtingsvol. Je weet nog niet wat er gaat gebeuren, alleen dat er iets op het punt staat te gebeuren. Onthoud dit motief goed, want het is de sleutel waarmee de rest van het verhaal opengaat.

Deel 2: Een dans met twee linkervoeten

Daarna begint een onhandige dans, die in 6/4 voortstrompelt alsof de dansers hun eigen voeten nog niet helemaal onder controle hebben. Telkens als je denkt dat je het ritme te pakken hebt, schuift een korte interjectie in 9/4 het onder je vandaan. De dans groeit en groeit, wordt luider en wilder, en je merkt dat de tovenaar de touwtjes niet meer in handen heeft. Hier hoor je het sterkst waarom ik aan de leerling van Dukas dacht, want een truc die uit de hand loopt blijft toch het leukste soort truc.

Deel 3: Alles wat de tovenaar nog in huis had

Dan komt de climax, die ik met vier keer forte markeerde, de allerluidste aanduiding die ik in mijn partituur kon zetten. Het hele orkest speelt dan mee, en het orgel sluit het af met zijn glissando, als een laatste, reusachtige zwaai van de toverstaf. Het is hier het harde, schurende hoogtepunt van het stuk, en na al dat gestamp is het bijna een opluchting dat het niet harder kan. Let goed op dat ene moment, want het laat horen hoe ver de dans is doorgeschoten.

Deel 4: De rook trekt op

Meteen daarna zakt alles weg naar pianissimo, en het tempo wordt Lento, dus langzaam en bijna roerloos. Het lawaai is verdwenen alsof iemand een raam heeft opengezet en de rook naar buiten trekt. Het stuk eindigt rustig, zonder nog een laatste knal, en juist dat maakt de afloop zo vreemd en mooi. Je blijft achter met de vraag wat er nu eigenlijk is gebeurd, en dat is precies wat een goede tovenaar wil.

Het doek gaat op

Nu mag je het zelf beleven: druk op play en laat de muziek over je heen komen. Denk onderweg even aan wat we hebben besproken, aan het motief van vier noten, de wankelende dans en de stille afloop. Je hoeft niets te onthouden, want als je luistert, vind je die dingen vanzelf terug. Ik hoop dat je de reis door mijn Uranus, the Magician net zo spannend vindt als ik die vond toen ik hem schreef.
---
Ik hoop dat je er plezier aan hebt beleefd om met mij door VI. Uranus, the Magician te lopen. Misschien hoor je nu het kleine motief van de koperblazers al van verre aankomen, en merk je hoe de onhandige dans steeds verder uit de bocht vliegt. Zo'n toverkunstenaar laat je aan het eind met een zachte, haast ongelovige stilte achter, en juist dat vind ik zo mooi aan dit deel. Toch is Uranus maar één van de zeven delen van The Planets, en er valt nog veel meer te ontdekken. Ik schreef de suite tussen 1914 en 1917, en elk deel heeft zijn eigen karakter, van dreigend tot sprankelend en van plechtig tot mysterieus. Wie benieuwd is geworden, kan op de links hieronder klikken om verder te luisteren en te ontdekken wat The Planets nog meer te bieden heeft. Neem er rustig de tijd voor, want deze muziek wordt mooier naarmate je haar beter leert kennen.