SYMPHONY NO 6 VAN TCHAIKOVSKY
'III. ALLEGRO MOLTO VIVACE'

Symphony No. 6 in B minor, Op. 74 ("Pathétique")

Tchaikovsky presenteert een luistergids bij III. Allegro molto vivace uit zijn Symphony No 6
Ik ben Tchaikovsky, en in dit stuk vertel ik je over het III. Allegro molto vivace uit mijn Symphony No 6. Dit deel komt na de wals die zo scheef wiegt en vlak voor het trage slot, en als ik er nu op terugkijk, vind ik het een bijzondere plek in het geheel. Het is een marsachtig deel in G-majeur dat dicht bij een scherzo ligt, en ik heb me vaak afgevraagd wat zo'n stormachtig tempo doet met alles wat eromheen klinkt. Ben je nieuwsgierig naar wat er in dit deel allemaal gebeurt? Ik ben er om je te begeleiden door de details van het III. Allegro molto vivace, stap voor stap, zodat je hoort waar de muziek van kleur en richting verandert. Als we daarmee klaar zijn, geef ik je een paar manieren om Symphony No 6 verder te verkennen.
---

Hou je stoel maar vast

Dit derde deel is het makkelijkste van mijn symfonie om te volgen, want je hoeft alleen maar te luisteren hoe het tempo je meesleept. Begin bij de strijkers en de houtblazers, die in het begin razendsnel heen en weer fladderen alsof er een zwerm vogels door de zaal schiet. Wacht dan op het moment dat een stevige marsmelodie boven dat gefladder uitkomt, want daar draait het hele deel om. Naarmate de hoorns, trompetten en trombones meedoen wordt de muziek groter, en vlak voor het einde komen de pauken, de bekkens en de grote trom erbij om er een flinke klap op te geven.

Een titel die gewoon zegt hoe hard je moet rennen

Ik noem dit deel Allegro molto vivace, en dat is geen poëtische naam maar een opdracht aan de musici: vlug, en dan nog eens heel levendig. Na het zwierige tweede deel in D-majeur wilde ik dat de muziek ineens in G-majeur een stuk helderder en energieker zou klinken. Dat past ook bij wat ik in februari 1893 aan mijn neef Vladimir Davydov schreef, want ik zag in mijn plan geen luid allegro als slot maar een langgerekt adagio. Dit deel is dus een felle uitbarsting die nergens anders in mijn symfonie zo klinkt, en juist daardoor werkt de stilte die daarna komt zo diep.

Een mars met een grapje

Over de vorm van dit deel heb ik lang nagedacht, want ik wilde dat het begint als een grapje en uitgroeit tot een mars. Ik koos voor iets wat het midden houdt tussen een scherts en een mars in vier tellen, een speels begin dat langzaam uitgroeit tot een stevige optocht. Je kunt het deel daardoor volgen als een route met vier onderdelen: een zoemend begin, een marsthema dat zich aandient, een lange opbouw en een groot slot. Ik loop ze zo meteen een voor een met je door, dus je hoeft nu nog niets te onthouden.

Onderdeel 1: Een zwerm die nog niet weet waarheen

Het deel begint zacht en bijna luchtig, met snelle, rinkelende notenreeksen die door het orkest heen dartelen. Je hoort hier nog geen echte melodie waar je op kunt meezingen, maar vooral beweging en een gevoel van gespannen verwachting. De sfeer is lichtvoetig en een beetje geheimzinnig, alsof er ergens in de verte iets staat te gebeuren. Zo zet ik de toon in G-majeur, de toonsoort waar de muziek steeds naar terugkeert.

Onderdeel 2: De mars loopt binnen

Dan duikt uit al dat gefladder een marsmelodie op, helder en vastberaden, met een ritme dat je bijna vanzelf in je voet voelt. Ze klinkt eerst nog bescheiden en wordt steeds vaker herhaald, telkens met wat meer kracht en kleur. Let op hoe de sfeer verschuift van speels naar zelfverzekerd, alsof er iemand voor de eerste keer zonder aarzelen het podium opstapt. Het tempo blijft hoog, maar de muziek krijgt nu een duidelijke richting.

Onderdeel 3: Alles wordt groter dan gepland

In het middenstuk wisselen de thema's elkaar af en dwaalt de muziek even weg van het vertrouwde, wat voor wat spanning zorgt. Je hoort de melodieën van instrument naar instrument gaan, terwijl de blazers het blik steeds verder opentrekken. De muziek klimt, valt even terug en klimt dan weer verder, zodat je bijna zelf buiten adem raakt van het luisteren. Hier merk je het best hoe ik met een paar kleine bouwstenen een groot gebouw optrek.

Onderdeel 4: Het grote slot en de verleiding om te klappen

Aan het einde komt de mars vol uit de verf, met het hele orkest, de bekkens en de grote trom erbij. Alles glinstert en dendert, en de muziek sluit in G-majeur af met een overtuiging die moeilijk te weerstaan is. Veel mensen willen op dat moment applaudisseren, en dat begrijp ik, want het klinkt echt als een zege. Toch is het nog niet voorbij, want daarna volgt het trage slotdeel dat deze overwinning een heel andere kleur geeft.

Nu is het aan jou, druk maar op play

Ik nodig je uit om dit derde deel nu zelf te beluisteren, in alle rust en met het volume wat hoger dan normaal. Laat de muziek over je heen komen en probeer de vier onderdelen te herkennen die ik je net heb beschreven. Let vooral op hoe het begin klein en fladderend is en hoe de mars daarna steeds groter wordt. Ik hoop dat je dit deel net zo spannend vindt als ik het vond toen ik het schreef.
---
Als de laatste klap van dit derde deel is weggestorven, mag je gerust even bijkomen. Ik schreef in G-majeur een mars die steeds verder oprukt en nauwelijks tijd neemt om adem te halen. Toch wist ik al dat deze uitbundigheid niet het laatste woord zou krijgen. In een brief aan mijn neef Vladimir Davydov had ik namelijk geschreven dat het slot een langgerekt adagio moest worden en geen luid allegro. Na al die voorwaartse vaart komt daarom het Adagio lamentoso, en dat maakt de stilte daarna zwaarder dan een luid slot ooit zou kunnen. Heb je met plezier de luistergids bij III. Allegro molto vivace uit Symphony No 6 gelezen? Er is in Symphony No 6 nog veel meer te ontdekken, van de fagot waarmee ik begin tot de wals die niet in drie maar in vijf tellen wiegt. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen over Symphony No 6. Ik hoop dat je de muziek van dit deel nog een tijdje met je meedraagt.