SYMPHONY NO 9 VAN BEETHOVEN
DE ACHTERGROND
Symphony No. 9 in D minor, Op. 125 ("Choral")

Ik ben Beethoven, en ik wil je graag het verhaal vertellen achter mijn Symphony No 9. Ben je benieuwd hoe dit werk is ontstaan, en waarom het zoveel jaren van mijn leven heeft gevraagd? Ik loop met je mee door die geschiedenis, stap voor stap, zodat je ziet hoe het allemaal samenkwam. Als ik het verhaal heb verteld, wijs ik je een aantal manieren om Symphony No 9 zelf verder te verkennen.
---
Een bestelling uit Londen
Het begon met een brief uit 1817, waarin Ferdinand Ries namens de Philharmonic Society of London twee grote symfonieën bij mij bestelde. Die moesten daarna eigendom van het genootschap blijven, dus het was een heel serieuze opdracht. Uiteindelijk heb ik er maar één afgemaakt, en dat is de Negende geworden. Een deel van wat voor de tweede bedoeld was, kwam erin terecht, en een tiende als tegenhanger heb ik nog geschetst.Zeven jaar op de plank
De eerste schetsen maakte ik al in 1815, dus lang voordat het werk echt van de grond kwam. Ziekte, de strijd om de voogdij over mijn neef Karl en geldzorgen zorgden ervoor dat het telkens bleef liggen. In het najaar van 1822 pakte ik de draad weer op, en begin 1824 was ik eindelijk klaar. Zo had ik er een symfonie bij die langer in mijn hoofd had gezeten dan sommige mensen in hun huis wonen.Componeren zonder te horen
Rond 1798 begon mijn gehoor het te begeven, en op het moment van deze symfonie kon ik mijn eigen orkest niet meer horen. Dat klinkt als het ergste wat een componist kan overkomen, maar de muziek zat gewoon in mijn hoofd. Ik schreef op wat ik innerlijk hoorde, en dat bleek verrassend goed te werken. Het maakt het slot van dit werk, vol stemmen en jubel, voor mij persoonlijk extra bijzonder.Een gedicht dat ik niet losliet
Het slot van de symfonie is gebaseerd op het gedicht "An die Freude" van Friedrich Schiller, dat hij in 1785 schreef. Die tekst had ik al heel lang in mijn achterhoofd, en ik had al meerdere keren geprobeerd er muziek bij te maken. Telkens was het nog niet helemaal wat ik wilde. Pas in de Negende vond ik de vorm die erbij paste, en dat voelde als een oude vriend die eindelijk binnenkomt.Vier hoofdstukken in één avond
Een symfonie bestaat uit delen, en een deel is eigenlijk een hoofdstuk: je luistert er even naar, het houdt op, en dan begint het volgende met een andere sfeer. Het eerste deel is groot en ernstig, het tweede is donker en springerig, en het derde, een langzaam deel met variaties op twee melodieën, is vredig en vol verlangen, met een mooie solo voor de vierde hoorn. Het vierde deel is het grootste hoofdstuk, want daar komen de zangers erbij en groeit alles uit tot een enorme, feestelijke reeks variaties op één melodie. Samen duren die vier delen ruim een uur, dus neem er rustig even de tijd voor.Mijn eigen woorden in andermans gedicht
In het slot laat ik eerst een chaos losbarsten, en dan komen de lage strijkers die de eerdere delen even terughalen en weer wegsturen. Daarna klinkt de melodie van de vreugde, eerst zachtjes bij de cello's en bassen en dan steeds voller. De bariton zingt dan "O Freunde, nicht diese Töne!", en die woorden zijn van mij, niet van Schiller. Verderop laat ik bekkens en een grote trom meedoen die aan Turkse muziek doen denken, en dat levert een vrolijke mars op.De avond in het Kärntnertor Theater
Op 7 mei 1824 werd het werk voor het eerst gespeeld in het Kärntnertor Theater in Wenen. Michael Umlauf dirigeerde, want ik stond wel op het podium, maar kon het orkest niet horen. Het was het grootste orkest dat ik ooit voor een stuk heb gebruikt. Bovendien was het voor het eerst dat er een menselijke stem in een symfonie te horen was, en dat was voor het publiek een flinke verrassing.Wie draaide me om?
De solisten waren Henriette Sontag, Caroline Unger, Anton Haizinger en Joseph Seipelt, en de twee dames waren nog heel jong: Sontag was 18 en Unger 20. Het verhaal gaat dat Caroline Unger me na afloop voorzichtig omdraaide, zodat ik de zaal kon zien. Ik had het applaus namelijk niet gehoord, terwijl het publiek met hoeden en zakdoeken stond te zwaaien. Dat beeld van een dove componist die pas aan de gezichten ziet hoe het is gegaan, vertellen ze nog steeds graag.Na Wenen kwam de rest van de wereld
Op 21 maart 1825 klonk de symfonie in Londen onder leiding van George Smart, dus de Engelse opdrachtgevers kregen hun muziek uiteindelijk toch. Ik droeg het werk op aan koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen. De eerste uitgave kwam van Schott, die de partijen en de partituur drukte. Ik zelf mocht het nog maar kort meemaken, want op 26 maart 1827 stierf ik in Wenen.Een melodie voor heel Europa
De melodie van de vreugde is veel verder gekomen dan ik ooit had kunnen bedenken. Op 12 januari 1972 nam de Raad van Europa haar aan als eigen hymne, in een instrumentale bewerking van Herbert von Karajan. In juni 1985 koos de Europese Raad dezelfde melodie voor de Europese Gemeenschap, en op 29 mei 1986 werd het in Brussel officieel. Mijn handgeschreven partituur staat sinds 2001 bovendien op de Memory of the World-lijst van UNESCO, zodat ze nog heel lang bewaard blijft.---
Zo ben ik aan het einde van het verhaal van mijn Negende gekomen, en ik hoop dat je er met plezier naar hebt geluisterd. Heb je genoten van het verhaal achter de Negende symfonie? Als ik terugkijk, zie ik een werk dat jaren op de plank heeft gelegen en uiteindelijk toch zijn weg naar het publiek vond. In 1824 stond ik in Wenen op het podium, zonder dat ik het orkest of het applaus kon horen. Toch is juist die muziek blijven klinken, ook ver buiten die zaal. Er valt nog veel meer te ontdekken aan deze symfonie. Je kunt bijvoorbeeld luisteren naar hoe het langzame deel zijn twee thema's steeds opnieuw laat terugkomen. Je kunt ook nagaan hoe het slotdeel zich stap voor stap opbouwt naar de Ode aan de Vreugde. En misschien wil je weten hoe die melodie later een Europees volkslied werd. Klik daarom gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen. Ik hoop dat je de Negende daarna met nieuwe oren hoort.
