SYMPHONY NO 6 VAN BEETHOVEN
DE ACHTERGROND
Symphony No. 6 in F major, Op. 68 ("Pastoral")

Ik ben Beethoven, en ik ga je het verhaal vertellen achter mijn Symphony No 6. Als ik terugkijk op dit werk, denk ik vaak aan hoe rustig het begon: met een idee, een wandeling en de wens om dat gevoel van buiten zijn vast te houden in muziek. Zulke stille beginnetjes vind ik nog steeds de mooiste, want uit iets kleins groeit soms een heel orkest. Ben je benieuwd naar de voorgeschiedenis van Symphony No 6? Dan nodig ik je uit om even rustig te gaan zitten, want dit verhaal heeft geen haast. Ik ben er om je er stap voor stap doorheen te leiden, zodat je hoort waar de muziek vandaan komt voordat je haar beluistert. Je hoeft hiervoor niets van klassieke muziek te weten, alleen zin te hebben om mee te luisteren. Als het verhaal is verteld, geef ik je een paar manieren om Symphony No 6 zelf verder te ontdekken.
---
Een symfonie met een bijnaam
Mijn zesde symfonie staat in F-majeur en heeft een bijnaam waar ik graag bij blijf: de "Pastoral". Een symfonie is een groot muziekstuk voor een heel orkest, en de meeste dragen alleen een nummer en geen titel. Bij deze zesde staat bij elk deel een omschrijving van wat je ongeveer mag voelen, en dat maakt haar een fijne eerste kennismaking als je nog nooit naar klassieke muziek hebt geluisterd. Het is een beetje alsof je op een wandeling een routebeschrijving meekrijgt, maar dan een die je met je oren leest.Schetsen in een zomer
Vanaf de zomer van 1807 schreef ik de eerste ideeën voor dit werk op in een schetsboek dat bekendstaat als het Pastorale Sketchbook. Dat boek wordt tegenwoordig bewaard in de British Library. In zo'n schetsboek probeert een componist melodieën uit, streept ze door en begint opnieuw. Een symfonie valt dus niet in één keer uit de lucht, ook al klinkt deze zo vanzelfsprekend dat je dat bijna zou denken.Doedelzakken zonder doedelzak
Veel thema's in dit werk zijn zo eenvoudig dat ze klinken als liedjes die op het platteland al generaties lang worden gezongen. Op sommige plekken houdt het orkest een lage toon aan die doet denken aan het gezoem van een doedelzak. Zo'n toon blijft rustig doorklinken terwijl de melodie erboven rondjes danst, en dat geeft meteen dat dorpsgevoel. Ik heb er geen echte doedelzak voor nodig gehad, alleen gewone orkestinstrumenten die zich even als dorpsmuzikant verkleedden.Haastwerk in de lente
Het grootste deel van de symfonie schreef ik tussen maart en augustus 1808. Al in juni 1808 bood ik haar aan bij de uitgever Breitkopf & Härtel, samen met mijn vijfde symfonie. Ik probeerde de Zesde dus te verkopen terwijl ik haar nog aan het afmaken was, en dat raad ik eigenlijk niemand aan. Twee symfonieën tegelijk aanbieden is ongeveer als twee broers met een heel verschillend karakter meenemen naar hetzelfde feest: de een is opvliegend, de ander is de rust zelf.Een avond met twee symfonieën
Op 22 december 1808 klonk de Zesde voor het eerst, in het Theater an der Wien in Wenen, tijdens een concert dat ik zelf gaf. Mijn vijfde symfonie werd diezelfde avond voor het eerst gespeeld. De Zesde stond vooraan in het programma en de Vijfde kreeg haar plek in de tweede helft. Het publiek mocht dus eerst rustig bijkomen in het groen, voordat de Vijfde begon.Vijf hoofdstukken zonder woorden
Een symfonie bestaat uit delen, en zo'n deel kun je vergelijken met een hoofdstuk in een boek: het heeft een eigen sfeer en een eigen tempo, maar het hoort bij hetzelfde verhaal. Mijn Zesde heeft er vijf, elk met een eigen titel, en je begint met de aankomst op het platteland, gevolgd door een rustig tafereel bij een beek. Het derde deel is een vrolijk samenzijn van dorpsmensen dat plotseling afbreekt, want het vierde deel, "Onweer, storm", begint meteen. Het vijfde deel is een herderslied vol dankbaarheid na de storm, en de laatste drie delen gaan zonder pauze in elkaar over, zodat je niet de kans krijgt om tussendoor te klappen.Een grapje, zeggen ze
Ik heb de namen van de drie vogels zelf in de partituur gezet, zodat niemand hoefde te raden wie er aan het fluiten was. Het verhaal gaat dat ik die vogelroepen "niets dan een grapje" noemde, al staat dat maar in één programmatoelichting. Of ik het ook echt zo heb gezegd, weet niemand zeker. Hoe dan ook vind ik het een heel goed grapje, want een koekoek die uit klarinetten komt, zorgt bij elke luisteraar voor een glimlach.Het onweer breekt los
Voor het onweer haal ik instrumenten erbij die eerder in de symfonie nog niet te horen waren: de piccolo, de trombones en de pauken. De piccolo is de bliksem en de pauken zijn de donder. De trombones laten een enorm akkoord horen dat net naast de tel valt, en daardoor klinkt het alsof de grond even wegzakt. Het deel staat in f-mineur, en als de storm voorbij is, stijgt een solofluit met een opgaande toonladder omhoog, als een eerste zonnestraal tussen de wolken.Mijn oren en het onweer
Mijn gehoor begon rond 1798 achteruit te gaan, dus ik schreef dit werk met oren die al jaren minder werden. In oktober 1802 schreef ik in Heiligenstadt een brief aan mijn broers over mijn doofheid, die ik nooit heb verstuurd. Toch hoor je in de Zesde geen klacht, maar vooral dankbaarheid en rust. Misschien draag ik dat landschap eerder in mijn binnenste mee dan in mijn oren, en kan geen gehoorverlies me dat afnemen.Twee akkoorden en een buiging
Ik droeg de Zesde op aan twee mensen: prins Franz Joseph Maximilian Lobkowitz en graaf Andrey Kyrillovich Razumovsky. Breitkopf & Härtel bracht de eerste uitgave in 1809 uit. Het laatste deel groeit uit tot een hoogtepunt en ebt dan weg in een rustige coda. Twee zachte akkoorden in F-majeur sluiten alles af, en na al dat onweer voelt dat als een deur die heel voorzichtig dichtgaat.---
Als ik terugkijk op de zomer van 1807, toen de eerste schetsen ontstonden, dan blijft vooral die gedachte hangen: ik wilde niet beschrijven wat ik buiten zag, maar laten voelen wat het buiten met me deed. Die gevoelens heb ik in vijf delen gelegd, en aan het eind van de laatste klinkt alles zachter, tot er twee rustige akkoorden in F-majeur overblijven, als een diepe zucht na een lange wandeling. Ik hoop dat je er iets van hebt meegekregen. Vond je het leuk om te lezen hoe Symphony No 6 is ontstaan? Er valt nog veel meer te ontdekken, want elk deel heeft zijn eigen kleur, zijn eigen ritme en zijn eigen kleine verrassingen die je pas hoort als je er een tweede of derde keer naar luistert. Als je zin hebt om verder te gaan, klik dan gerust op de links hieronder. Daar kun je Symphony No 6 verder verkennen, en misschien hoor je er bij de volgende keer iets in wat je nu nog niet had opgemerkt.
